De lunch met…………

Unknown

In de lunch met……………..ga ik eens per maand onder het genot van een broodje

om de tafel met iemand uit het werkveld. In dit geval met wethouder Ard Kleijer van de gemeente Putten. Als wethouder verantwoordelijk voor welzijn (WMO, sociale zaken, sociale werkvoorziening, specifiek welzijn, volksgezondheid, jeugd- en gezinsbeleid), sport, regionale vuilverwerking, bouwen en milieu en volkshuisvesting.

Decentralisatie pakket

Gezien de portefeuille van wethouder Kleijer waarin hij verantwoordelijk is voor het hele pakket van de decentralisatie met daarnaast welzijn en sport vind ik het interessant met hem van gedachten te wisselen over de verbinding van de verschillende beleidsterreinen. Dat ook nog eens in relatie tot de exploitatie problemen van het maatschappelijk vastgoed. Allereerst heeft men ook in Putten te maken met de onduidelijkheid uit Den Haag. Vandaag (10 juni) reageerde hij via Twitter op de beleidsbepalers in Den Haag. Daar vraagt men zich af of de gemeenten er klaar voor zijn, terwijl het volgens wethouder Kleijer meer de vraag is of Den Haag er klaar voor is, gezien alle onduidelijkheden.

Regionale visie

In de regio Noord-Veluwe is men in ieder geval al een heel eind op weg. Samen met buurgemeenten is er een regionale visie ontwikkeld. In principe gaat iedere gemeente vanuit die visie aan het werk, waarbij lokaal gekleurd zaken kunnen worden ingevuld.

Jeugdzorg

ten aanzien van de jeugdzorg gaat men in ieder geval uit van een aanpak die aansluit bij de leefomgeving van de jongeren. Tevens zorgt men na een interventie voor nazorg om daarmee te bewaken dat jongeren niet terugvallen in de oude situatie. In dat kader is er gestart met een pilot voor niet geïndiceerde jeugdzorg. Daarbij is aansluiting gezocht bij het concept van Buurtzorg-Jong. Het jongere kind van het Almelose concept ‘Buurtzorg’. Dat betekent één aanspreekpunt per gezin met het doel samen met hen de problemen op te lossen en grotere problemen te voorkomen. Men richt zich met name op de directe leefomgeving van het gezin en monitoort de situatie. Mijns inziens een uitstekende methode, wetende dat een probleemgezin zo’n 40.000 euro per jaar kost exclusief de tijd die het gemeentelijk apparaat er in moet steken. Situaties waarbij 10 hulpverleners op een gezin lopen en daarmee zo’n derde van de kosten verdoen aan afstemmingsoverleggen. Totaal ongewenst en in strijd met het belang van het gezin.

CJG

Het Centrum voor Jeugd en Gezin functioneert nog niet zoals het had moeten functioneren. Op dit moment nog niet meer dan een bedrijfsverzamelgebouw met allerlei convenanten, maar waar niemand het stuur pakt en het CJG de juiste richting in stuurt als één bedrijf. Voor de komende jaren zal Ard Kleijer streven naar één directie voor het CJG waarin tussen de directie en de verschillende organisaties een duidelijke opdrachtnemer – opdrachtgever relatie moet ontstaan. Het lijkt me een uitstekende move. Op die manier ontstaat er ondernemerschap, kan er daadkrachtig worden doorgepakt op thema’s en verdwijnt oeverloos geneuzel waarin iedere organisatie voor eigen parochie blijft prediken.

WMO

Momenteel is men in Putten bezig met de hervorming van de langdurige zorg. Kosten intensieve trajecten. De scheidslijn tussen zorg en welzijn is met de decentralisatie langzaam aan het vervagen. Met de wens steeds meer te komen tot extramurale zorg is extra aandacht voor het welzijn van het grootste belang. Met name ook in de preventieve sfeer in het kader van uitgaan van ‘Eigen Kracht’. Daarbij wordt er gekeken naar wat de patiënt nodig heeft. Dat betekent in brede zin afscheid nemen van allerlei instituutssubsidies, en het geld daar neerleggen waar de behoefte er werkelijk is.

Volledig terecht mijns inziens. Het subsidiëren van bijvoorbeeld sportverenigingen op basis van het aantal jeugdleden is niet meer van deze tijd. Ten eerste zijn verenigingen vaak wijk georiënteerd of bestaan er slechts enkele van (zwemmen, atletiek). In dorpen is daar al nauwelijks sprake van. Putten wil voor de sport naar marktgerichte verenigingen, die een aanbod ontwikkelen dat aansluit bij de vraag uit de markt en aansluit bij gemeentelijk beleid.

Ook het welzijn kan rekenen op een andere benadering. Deuren open en de schotten weg is het credo. Niet meer denken vanuit organisatiebelang, maar uit maatschappelijk belang. Ard Kleijer geeft duidelijk aan dat het niet persé de bestaande traditionele aanbieders hoeven te zijn die werk krijgen. Ook nieuwe vaak vernieuwende aanbieders zijn welkom op de markt. Een concept als de ‘Vitale Sportvereniging’ in Enschede is een mooi voorbeeld. Een stichting die zich begeeft op het snijvlak van sport, welzijn, arbeidsre-integratie en zorg. Putten denkt bijvoorbeeld al na over een project met arbeidsre-integratie via sport.

Putten zal geen rekening houden met de traditionele structuren.

Kleijer haalt het voorbeeld van de kerken in Putten aan. Die hebben in gezamenlijkheid een inloophuis opgericht met voedselbank en gratis appartementen voor mensen die tijdelijk in nood verkeren. Fantastisch voorbeeld van zorg dichtbij huis in de eigen leefomgeving en gericht op zelfredzaamheid.

Relatie maatschappelijk vastgoed

In de relatie naar het maatschappelijk vastgoed ziet Ard Kleijer een groot gevaar. Nu de vanzelfsprekendheid om bepaalde partijen beleid te laten uitvoeren verdwijnt, lopen we het risico dat gevestigde partijen met hun vastgoed in de maag komen te zitten. Met name in de zwaardere vormen van jeugdzorg zal er vooralsnog een flinke decentralisatie plaatsvinden. Waarschijnlijk over een paar jaar gevolgd door een herconcentratie van activiteiten voor specialistische zorg. Het afschrijven van dat vastgoed zal een enorme aanslag op de financiën betekenen. Allemaal ten koste van de inhoud.

Op kleinere schaal is het in Putten gelijk aan heel veel andere gemeentes. Er zijn heel veel kleine verenigingen en stichtingen, variërend van muziekschool tot breiclub die de afgelopen tientallen jaren hun eigen huisvesting hebben verworven. Vrijwel allemaal worden ze gesubsidieerd inclusief een huisvestingssubsidie. Gevolg is leegstand in voorzieningen waar de gemeente in het kader van sociale samenhang op investeert, zoals wijkcentra en Kulturhusen. In het geval van Putten heeft MFC Stroud een flink exploitatie te kort.

Mijn visie (Activaat) is dat deze activiteiten allemaal van grote waarde kunnen zijn voor de samenleving. Feitelijk vormen ze onderdeel van de sociale infrastructuur van Putten. Echter door middel van subsidies en voorwaarden kan als gemeente gestuurd worden op waar die activiteiten plaatsvinden. Door de huisvestingssubsidies te minderen/af te schaffen wordt er, indien nodig, vanzelf gekozen voor alternatieve huisvesting. Vanuit mijn ondernemersperspectief zou ik aansturen op marktwerking. Wie verstrekt welke ruimte tegen welk tarief? Als gemeente hoef je daar zelf geen panden voor in eigendom te hebben. Zoals al eerder gememoreerd. De kantines van sporthallen en -velden staan overdag vrijwel allemaal leeg. daar kan prima muziek gemaakt worden, er kan gebreid worden en nog veel meer. Ze hebben sociaal-maatschappelijk al een heel sterke rol. Er vindt dagelijks ontmoeting plaats en in het kader van de decentralisatie is het de plek bij uitstek om preventief, in de eigen omgeving te zorgen voor programma’s. Bovendien en niet onbelangrijk. het zijn vrijwel allemaal voorzieningen die met veel vrijwilligerswerk in stand worden gehouden en daardoor veel en veel goedkoper in de exploitatie zijn dan gebouwen waar geen gevoel van eigenaarschap is.

Tags: , , ,