De lunch met… Peter van der Terp

Peter van der TerpIn de lunch met… ga ik eens per maand onder het genot van een broodje om de tafel met iemand uit het werkveld. In dit geval met wethouder Peter van de Terp van Steenwijkerland. Als wethouder onder andere verantwoordelijk voor Leefbaarheid en maatschappelijk vastgoed, Welzijn, jeugd, gezin en sport, Bedrijfsvoering en Dienstverlening, Economische zaken en arbeidsmarktbeleid.

Fusie SW en SD
Naar aanleiding van een bericht betreffende het samengaan van de Sociale werkvoorziening en de Sociale dienst, hebben we van gedachten gewisseld. Het samengaan van beide organisaties ziet Steenwijk niet alleen als een bezuiniging, maar tevens als toegevoegde waarde en een impuls voor sociaal ondernemerschap. Door het samengaan van beide organisaties ontstaat er de situatie dat er vanuit één punt gewerkt aan de re-integratie van arbeidszoekenden. Immers, Als je mensen op de juiste plek wilt krijgen, moet je niet redeneren vanuit regelingen – Wajong, WW, WSW of wat dan ook. Het gaat erom dat we als lokaal bestuur streven naar participatie of een arbeidsplek voor alle inwoners, met of zonder subsidie of begeleiding.’

Vanuit ondernemerschap geredeneerd biedt het ook meer duidelijkheid. Werkgevers hebben nu te maken met één aanspreekpunt. Dus kortere lijnen om hand in hand te zorgen voor re-integratie en deelname aan het arbeidsproces. Daarmee de voorwaarden creërend om succesvol de vraagstukken rond de komst van de participatiewet te kunnen beantwoorden.

Extra kansen
De nieuwe situatie biedt daarnaast mijns inziens andere mogelijkheden. Steenwijkerland heeft een aantal kleine kernen binnen de gemeentelijke grenzen met allemaal hun eigen maatschappelijke voorzieningen. Zoals Blokzijl, Oldemarkt, en Vollenhove. Juist in deze tijd van bezuinigingen, toenemende werkloosheid en, in deze regio, krimp van inwoneraantal, is het van belang maatschappelijke voorzieningen overeind te houden in het kader van leefbaarheid. De portemonnee is echter vaak de leidende factor. Steenwijkerland heeft dat goed geregeld. Er zijn dorpshuizen en Kulturhusen die er allemaal goed bij staan en tot nu toe binnen de budgettaire kaders blijven. Er zijn ook sportverenigingen met hun eigen accommodaties. De sociale infrastructuur is dus op orde.

Ander gegeven is dat als je mensen, die al dan niet tijdelijk actief zijn op de arbeidsmarkt of om andere redenen een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, zich het prettigst voelen als ze in hun eigen leefomgeving kunnen acteren en geholpen kunnen worden. Het zal de zorgconsumptie verminderen. Vandaar ook de tendens naar een wijkgerichte aanpak zoals veel gemeenten voorstaan. In dat kader zie ik kansen om samen met werkgevers mensen actief te laten zijn in hun eigen leefomgeving om daarmee de exploitatie van maatschappelijke voorzieningen te versterken. Dat kan het dorpshuis zijn, de brede school, maar ook de sportvereniging met het toenemende gebrek aan vrijwilligers. Middels prestatie afspraken met exploitanten van deze voorzieningen kan hierop gestuurd worden en ontstaat er sociaal ondernemerschap, daar waar de overheid al de grootste financier is. Voor wat, hoort wat! Inhoudelijke en financiële doelen worden op die wijze met elkaar verbonden.