De Franse HEMA en de decentralisaties

HEMA

Kort geleden las ik op BinnenlandsBestuur een artikel over de transitie van de Franse Hema. Een HEMA-bobo vertelde over de HEMA in Frankrijk. Ze doen daar niet zozeer aan verandering van het assortiment maar organiseren de boel anders. Ze gaan niet meer uit van aanbod van producten, per soort opgedeeld en verspreid over rekken waar de klant moet uitzoeken waar wat staat. Ze draaien het om en richten zich op de klant. Die heeft bv. spullen nodig in verband met persoonlijke verzorging. In plaats van dat die spullen verspreid in rekken liggen, werken ze met ‘integrale kamers’ en dito personeel. Klant komt op ‘badkamer’ en ziet die ingericht met producten die daarmee samenhangen. Van douchegordijnen tot tandpasta’s, van zeepjes tot shampoo’s. Dit is geen productvernieuwing, want gordijn en zeepje blijven het zelfde. Dit is hoe je de dingen anders organiseert. Innovatie! Aldus de bobo.

De Franse HEMA = anders organiseren

De Franse HEMA casus lijkt verdacht veel op de decentralisatie naar gemeenten van de WMO, de Jeugdzorg en de Participatiewet. We willen het aanbod in stand houden, maar het moet slimmer en beter georganiseerd worden, zodat het aanbod voor de klant makkelijk te vinden is en het in de uitvoering goedkoper kan.

Slimmer organiseren heet ook innovatie. Niet weer een nieuwe pil tegen ADHD, niet weer een nieuwe behandelmethode van een goeroe, niet weer een nieuw instituut. Nee gewoon slimmer met de bestaande instrumentaria omgaan. De Franse HEMA stuurt haar klanten niet meer van het ene rek naar het andere rek, wij straks niet meer van het kastje naar de muur. Volgens mij moeten de klanten straks naar een kastje kunnen waar alle producten rond een thema in de laden van de kast zitten. De vraag is waar we die kastjes in het kader van de decentralisatie neerzetten.

Meestal staat een kastje bij een muur. Muren hebben we te over in Nederland, dus laten we vooral geen nieuwe muren bouwen. Een nieuwe muur vraagt een goed fundament, is duur en je komt er bijna niet meer af. Het is bovendien nog weer een muur waar innovatieve denkers langs moeten op weg naar sociale innovatie.

Dus wat mij betreft geen sociale wijkteams waar gemeenten nu op koersen! Ik snap er daadwerkelijk niets van. Gemeenten bedenken nieuwe éénduidige organisatievormen die aangestuurd moeten worden, bestaande uit mensen die werkzaam zijn voor bestaande programma aanbieders, die betaald worden door instituten met managementlagen en gehuisvest zijn in dure overheids gefinancierde panden.

Oplossingsgericht werken

Feitelijk gaat het toch vooral om oplossingsgericht samenwerken met en rond de klant en zijn context, met één aanspreekpunt voor de klant. Daar is mijns inziens geen éénduidige structuur voor nodig. Dus weg met allerlei schappen en rekken en het aanbieden van in stukjes gehakte zorg in tijd- en geldvretende ‘ketens’ met kostbare en vaak vergeefse ‘regie’. Dus alles uit de mono-functionele kasten en inpakken in multi-functionele kasten.

Zet de kasten daar neer waar de klanten komen. Dus in de in de directe omgeving van de klant; de wijk, het werk, de school, de kerk, de familie of de vereniging.

Niet daar waar de gevestigde orde zit, die hun instituten tegen wil en dank bewaken en waar het instituuts belang prevaleert boven het maatschappelijk belang. Instituten die sociale innovatie omwille van hun eigen positie tegenhouden.

Hoe zien de nieuwe kasten er uit?

Gemeenten zijn driftig op zoek naar de nieuwe kastjes om het aanbod in onder te brengen. Kasten waarin al een boel aanbod zit, maar waar meer bij kan/moet. Waarom geen gebruik maken van bestaande, degelijke kasten die door de samenleving gekoesterd worden als zijnde monumenten? Dus de vereniging, de school of in sommige delen van het land, de kerk. Kenmerk van deze muren is dat de huisvesting vaak (deels) is betaald door de overheid, de organisatie bestaat uit mensen die sociaal sterk met elkaar verbonden zijn en de context van de omgeving uitstekend kennen. Waar burgerparticipatie plaatsvindt zoals nergens anders  Bovendien sturen ze veel lagere facturen (verenigingen/kerk).  In deze infrastructuren hoeft men niet op zoek naar de problemen, maar kent men de problemen. Ondersteun hen, geef een professionele impuls om de vraagstukken boven tafel te krijgen en te coördineren.

Natuurlijk is dit wat kort door de bocht, moet er nog wat cement aan deze monumenten worden toegevoegd, maar door het kastje met programma’s bij de vereniging, school of kerk neer te zetten kan er wel worden gewerkt aan een integraal aanbod. Onder regie van de onafhankelijke vereniging, overkoepelende stichting of school en met inzet van de daarvoor erkende vakbekwame mensen uit het beroepenveld. Het leidt tot een kostenbesparing op diverse fronten. Hier wordt geld gestapeld. Het vraagt wel lef van de bepalers/betalers om dergelijke beslissingen door te voeren. Maar zonder veranderingen geen vernieuwingen.

Wat levert het op?

Een wijkgerichte aanpak, de ultieme vorm van burgerparticipatie, binnen de sociale context van de klant in een houdbare en ook nog eens maatschappelijk duurzame voorziening die essentieel is in de samenleving. Op die manier snijdt het mes aan twee kanten. Het blijft namelijk buitengewoon vreemd dat het onderwijs, de zorg en het welzijn grotendeels bemenst worden door professionals, terwijl de vereniging en de kerk grotendeels rusten op vrijwilligers, terwijl deze instituten sociaal-maatschappelijk een enorm belangrijke rol vervullen. Met name ook in het beleid van de landelijke overheid.

Dit is sociale innovatie die misschien nog wel eng is, buiten de gebaande paden gaat en lijkt op de transitie van het traditionele onderwijs naar het competentiegerichte onderwijs. Dus weg moeten de boeken en aansluiten bij de vraag van de deelnemer. Misschien nog eens het rapport ‘Vertrouwen in Burgers’ lezen van Pieter Winsemius. Als we niet durven te veranderen, dan blijft de bestaande (budget)ordening in stand, ook al zet je er weer een enorme bak regisserende sociale wijkteams op! Sociale wijkteams die niet met de voeten in de klei van de wijk staan!

Tags: , , ,