De decentralisaties redden de sociale infrastructuur van Nederland

Sportverenigingen staan enorm onder druk. Aan de ene kant zet de overheid via allerlei impulsen en subsidies verenigingen aan tot meer ondernemerschap. Aan de andere kant laat diezelfde overheid verenigingen steeds meer verantwoording afleggen en maakt ze de clubs deelgenoot van financiële problemen, onder meer door de huur van accommodaties te laten stijgen. Bijkomend probleem is de teruglopende bereidheid van leden om onbetaald verenigingswerk – ofwel vrijwilligerswerk – te verrichten. De leden gedragen zich meer en meer als consument.

De afgelopen jaren is met diverse projecten geprobeerd verenigingen te stimuleren om ondernemender te worden. Onder meer met de proeftuinen van NOC*NSF. In dat kader zijn projecten meer of minder geslaagd en mislukt. Als er bij een vereniging geen intrinsieke motivatie was om de projecten te laten slagen, is niet of nauwelijks vooruitgang geboekt. Subsidiepot leeg en einde project. Er zijn daarentegen ook ijzersterke voorbeelden waar van onderop is gewerkt aan een financieel en organisatorisch gezonde vereniging, zoals bij SV Twello en vv Rigtersbleek. Daar is vanuit een duidelijke missie, visie en strategie gewerkt aan de organisatie.

De keerzijde is dat heel veel verenigingen – misschien wel het merendeel van de verenigingen in ons land – het moeilijk hebben om organisatorisch en financieel de boel overeind te houden. Ze zijn vaak zelf niet of nauwelijks in staat een omslag te realiseren. Het ontbreekt aan lef, tijd en geld en er is de algemene ledenvergadering die neuzelt over punten en komma’s. Laten we verenigingen failliet gaan en laten we daarmee een enorm maatschappelijk probleem ontstaan of moet de overheid bijspringen?

Wat de langzame weg vereist is bekend. De weg om eindeloos van onderaf in de vereniging draagvlak te creëren voor veranderingen. Maar kan er nog wel zo lang gewacht worden? Ik zie kansen te over om verenigingen te helpen de transitie te maken door niet náást hen, maar mét hen naar oplossingen te werken.

1. Decentralisaties
De decentralisatie van de jeugdzorg, de WMO/AWBZ en participatiewet hebben een aantal gemeenschappelijke doelen. Met deze decentralisaties beoogt de overheid de fragmentarische ondersteuning van kwetsbare doelgroepen in de samenleving tegen te gaan, de zorgkosten in te dammen en in te zetten op de ‘eigen kracht’ van de doelgroep. Dat betekent een wijkgerichte aanpak, waarin de eigen omgeving (lees; wijk, sociaal netwerk) van de doelgroep participeert. Het leggen van dwarsverbanden is hier van belang om te komen tot een integrale aanpak.

Het sportpark als centrale wijkvoorziening is daar mijns inziens de meest uitgelezen plek voor. De vereniging is al het toonbeeld van burgerparticipatie, veelal gekoppeld aan een wijk en grotendeels in stand gehouden door vrijwilligers. Derhalve zijn deze accommodaties in de exploitatie goedkoper dan andere maatschappelijke accommodaties in beheer van de gemeente of aan de gemeente gelieerde stichtingen. Stichtingen waar ‘het gat’ aan het einde van het jaar toch wel weer gedicht wordt door de gemeente.

Door activiteiten in het kader van de decentralisaties te ontwikkelen op de sportparken, worden enerzijds de doelen van de decentralisaties gerealiseerd, anderzijds leveren deze ‘vrijwilligers van de toekomst’ een substantiële bijdrage aan het in stand houden van de vereniging. Daar komt bij dat uit vele onderzoeken is gebleken dat sport, onderwijs en werk leiden tot de sterkste sociale stijging van mensen.

Het ontwikkelen van bewegingsprogramma’s en opleiding aan bijvoorbeeld arbeidsre-integratie is een sterke combinatie. Door het te koppelen aan de sportvereniging, wordt een situatie gecreëerd waar de doelgroep opgenomen wordt in een ‘verenigingscommunity’ waar alle lagen van de samenleving bij elkaar komen, waar vrijwel iedereen met plezier naar toegaat en waar een positieve vibe is. Het zeer succesvolle onderwijsconcept ‘Playing for Success’ is niet voor niets gekoppeld aan de sport. Het activeringsprogramma ‘Beweging als warming-up voor re-integratie’ van het Enschedese bedrijf Ergocontrol is niet voor niets opgenomen op de menukaart van de sportimpuls.

2. Exploitatie maatschappelijk vastgoed

Toenemende lasten
Gemeenten zitten in hun maag met maatschappelijk vastgoed. De exploitatie van dergelijke voorzieningen is vaak een crime. Wijkcentra, Kulturhusen, muziekscholen en andere verenigingen/stichtingen met een gemeentelijk gebouw ontbeert het veelal aan gevoel van eigenaarschap en ondernemerschap. Bovendien zijn dergelijke voorzieningen vaak met een hoop subsidie op de benen geholpen, zonder de vraag te stellen aan de potentiële gebruikers of de behoefte er is. Gevolg is een slechte bezetting, weinig ondernemerschap en dus een slechte exploitatie. Daarnaast zijn er de sportvelden en kleedkamers die in eigendom zijn van de gemeente. Daar ligt vaak wel een gevoel van eigenaarschap bij de vereniging als huurder.

We weten dat de prijs die verenigingen voor het gebruik van hun velden betalen lang niet de werkelijke kosten dekken. Misschien komt het in de buurt van de werkelijke gebruikerslasten. De kapitaalslasten worden in ieder geval niet gedekt. Het is maar de vraag of verenigingen weten dat ze lang niet de werkelijke kosten betalen. Feitelijk kan je zeggen dat ze medegebruiker zijn, omdat ze slechts een deel van de kostprijsdekkende huur betalen. Er is derhalve ruimte om de velden overdag in te zetten ten behoeve van medegebruikers.

Gevolg
Nu de steeds zwaarder drukkende exploitatielasten van de accommodaties drukken op de gemeentelijke begroting, zien we dat op veel plekken de huurprijs van de velden omhoog gaat of het onderhoud verder naar de vereniging wordt gedelegeerd. Daarmee wordt de pijn bij de verenigingen neergelegd, die het toch al loodzwaar hebben met de vrijwilligersvraagstukken en de druk vanuit de overheid vrijwillig te participeren in allerlei projecten, zoals de BSI, BOS, combinatiefuncties, et cetera. Dit terwijl de vereniging als belangrijke maatschappelijke organisatie gerund wordt door vrijwilligers, dit in tegenstelling tot het onderwijs, de zorg en het welzijnswerk!

Door dit structurele probleem – dat zorgt voor veel mislukte projecten – ben ik van mening dat de overheid de verenigingen moeten helpen en dat de verenigingen bereid moeten zijn daarin mee te werken en zelfs mee te financieren. Dit om het kaf van het koren te scheiden en iedereen bewust de keus te geven een traditionele vereniging te blijven of door te groeien tot een maatschappelijke onderneming.

Het kan anders…
…en met meer kans op succes? Verenigingen moeten nog verder uit hun ‘comfortzone’ worden getrokken, waarbij gemeenten reëel moeten zijn in wat verenigingen aankunnen en hen helpen.

1. Gedifferentieerd huurtarief
Variërend van de vereniging die het verenigen blijft doen zoals het was tot de vereniging die tegen reële prestatie en beloningsafspraken meewerkt aan maatschappelijke programma’s.

● De traditionele vereniging betaalt de (hogere) kostprijsdekkende huur en kan gewoon blijven doen waar ze goed in zijn. Verdisconteren in het lidmaatschapsgeld lijkt daarmee noodzaak, tenzij andere geldstromen kunnen worden gegenereerd.
● De progressieve, ondernemende vereniging betaald geen huurverhoging, maar mag voor de inspanningen die men levert zelf de velden en kleedkamers verhuren en daarvoor de penningen in de clubkas storten. In ruil daarvoor moet de vereniging investeren in de verenigingscoördinator en participeren in maatschappelijke projecten. Stapel daarop als gemeente de uren van de sportbuurtcoach door die te verbinden aan de vereniging en het gaat bloeien. Het maken van prestatieafspraken is daarbij een vereiste om echt ondernemerschap te stimuleren.

2. Het clubhuis als centrale voorziening in de wijk
Verenigingen die overdag bereid zijn hun clubhuis te verhuren, kunnen met de gemeente in gesprek om diverse andere maatschappelijke activiteiten te huisvesten. Dus activiteiten die worden ontwikkeld in het kader van de decentralisaties, maar ook de activiteiten van het ouderenwerk, de klaverjasclub, de WMO-consulent, de opbouwwerker et cetera. Daarmee kunnen de gemeenten hun slecht bezette maatschappelijke accommodaties vrijspelen en de huisvestingssubsidies die dergelijke clubjes opeten, vrijspelen om de verenigingen financieel te vergoeden. Daar zit de winst voor de gemeente en de vereniging.

Resultaat

Resultaat voor gemeenten:
● De gemeente is winnaar, omdat men slecht renderend vastgoed kan afstoten. Activiteiten worden ondergebracht in clubaccommodaties waar eigenaarschap heerst, en waar door inzet van vrijwilligers en doelgroepen uit de decentralisaties de exploitatielasten een stuk lager zijn. Derhalve zal het betalen van een kostprijsdekkende huur door gemeenten aan de verenigingen veel goedkoper zijn, dan vastgoed in eigendom hebben.
● De gemeente biedt hiermee verenigingen de helpende hand en krijgt daarvoor ook de helpende hand als het gaat om het oplossen van diverse sociaal-maatschappelijke vraagstukken.
● De gemeente biedt verenigingen de mogelijkheid mee te gaan in dergelijke trajecten. Daarmee worden verenigingen ook voor de keuze gesteld wie ze willen zijn en welke betekenis ze willen hebben voor de samenleving.
● Verenigingen die niet mee willen, moeten een kostprijsdekkende huur betalen.

Resultaat voor verenigingen:
Door het aanstellen van een HBO-gekwalificeerde verenigingsmanager krijgen verenigingen organisatiekracht waarmee:
a. makkelijker mee kan worden gedraaid in maatschappelijke projecten;
b. men eigen nieuwe producten kan ontwikkelen;
c. het clubhuis de hele dag open is om ook andere doelgroepen te huisvesten;
d. men leerwerkbedrijf kan worden voor het MBO/HBO;
e. men zonder enige twijfel de inkomsten omhoog ziet gaan;
f. verbinding met het bedrijfsleven een reële mogelijkheid is in het kader van MVO en de participatiewet;
g. men ‘nieuwe vrijwilligers’ krijgt;
h. men hét centrale ontmoetingspunt van de wijk wordt;
i. men het ledenaantal zal zien groeien, doordat het kwaliteit van het aanbod en de begeleiding omhoog gaat;
j. er een veel stabielere mix ontstaat van inkomsten en het uithoudingsvermogen en de lenigheid van de vereniging wordt enorm vergroot;
k. men nog heel veel andere zaken kan bereiken, zoals commitment bij de gemeente, subsidies, enzovoorts.

Ton Markink is startend ondernemer met Activaat dat als doel heeft het verbinden van de doelstellingen uit het Sociaal Domein met de vraagstukken van het exploiteren van maatschappelijk vastgoed. Acticaat werkt nauw samen met Koert Hetterscheidt, directeur-bestuurder van Stichting Vitale Sportvereniging. Voor meer informatie: www.activaat.nl enwww.vitalesportvereniging.info

Tags: , , ,